You are here

Geschiedenis Ronda

Ooit werd Ronda bekend als 'The Eagles Nest' Er was opzettelijk ironie in de naam. Aan de ene kant een eenvoudige, licht poëtische verwijzing naar de baars hoog in de bergen boven de beroemde kloof, aan de andere een ironische verwijzing naar de reputatie van de inwoners. Vroeger koos men een plek om zich te vestigen waar er de mogelijkheid was om zich te verdedigen. Niet tegen wilde dieren, maar tegen aanvallen van de mens zelf. Men was altijd op zijn hoede voor een aanval. Ze kozen een hoog, ontoegankelijk terrein, waar ze een goed uitzicht hadden op eventuele vreemdelingen.

Romeinen

Ronda was een perfect gekozen locatie. De Romeinen waren vastbesloten om het te hebben. Zelfs het dikste fort is slechts zo onoverwinnelijk als haar verdedigers, en de Iberiërs bleken geen partij. In de Romeinse tijden kreeg de stad zijn eerste naam: Arunda. Het betekent 'omgeven door bergen'. Arunda was niet de belangrijkste Romeinse stad in het gebied. Het naastgelegen Acinipo; 'Land van Wijnen', was belangrijker, en ook begonnen als kleine Iberische nederzetting. Die stad had een lucratieve handel met de Feniciërs. Arunda bloeide echter op, en Acinipo verdween. Ondanks de sterkte van Acinipo, groeide Arunda gestaag. Veel van de Romeinse gebouwen werden vernield of aangepast door latere bewoners, met name de Moren, maar door opgravingen is veel levendigheid van die stad in de Romeinse tijd ontdekt. Het kostte het uiteenvallen van hun rijk om de Romeinen te verjagen. Tijdens de burgeroorlog waar Sertorius, Pompey en Julias Caesar bij betrokken waren, viel Sertorius de plek aan en vernielde deze. Na de Romeinse jaren kwam de zondvloed. Arunda en Cinipino waren beiden platgegooid en geplunderd. Door wie en waarom doet al lang niet meer terzake. De Byzantijnse Grieken die op zoek waren naar een plek om zich veilig te vestigen, ontdekten de ruïnes van beide steden. De overblijfselen van Acinipo waren in een betere conditie an die van Arunda, dus vestigden zij zich daar. Ze hernoemden Acinipo naar Runda. De Visigoten, die de Grieken verdreven, verhuisden iedereen uit Acinipo/Runda en vernietigen het, waardoor het originele Arunda zijn trots en onbetwistheid behield. Maar Acinipo was niet geheel vergeten, de Ruïnes ervan wordt vandaag de dag naar verwezen als het Oude Ronda - Ronda el Viejo.

Moren

Vervolgens kwamen de Moren. Het werd overgenomen in 713 door Abd al-Azis, de zoon van de Moorse generaal Musa Ben Noesayr. In 132 v.Chr. had de Romeinse Scipio opdracht gegeven tot de bouw van een kasteel in de stad. Deze was al vernietigd, maar al-Azis gaf opdracht tot de bouw van een nieuw fort op de ruïnes en gaf de stad een nieuwe naam: Izna-Rand-Ronda (de stad van het kasteel). De moren verdeelden zuid Andalusië in vijf districten, en maakten Izna-Rand-Onda de hoofdstad van de kora (districht) van Tacoronna. Het waren turbulente tijden. De Moren hadden voortdurend ruzie en conflicten. Binnen een eeuw was het Omajjaden kalifaat verbrokkeld, en het land was verdeeld in tientallen onafhankelijke koninkrijken. In Izna-Rand_onda nam een opportunist, Abu-Nur de macht en stichtte het Koninkrijk der Banu Ifrán, die overeenkwam met het oude Tacoronna. Hij bleef in relatieve vrede en welvaart voor veertig jaar. Hij hernoemde de stad naar Madinat Ronda. De tijd van Abu-Nur was een tijd van uitbreiding en verbouwing. De verdedigingswerken van de stad werden veel verbeterd. Zijn zoon, Abu Nasar, was een zwakkeling, en het duurde niet lang voordat de medogenloze koning van Sevilla, al-Muthadid, hem had vermoord, samen met de koningen van Arcos en Morón. In 1066, terwijl de Engelsen bezig waren met het bestrijden van de Normandische invallers op het strand in de buurt van Hastings, werd Madinat Ronda de parel op de kroon van al-Muthadid. In 1091 kwam Ronda in andere handen. De christenen wonnen steeds meer terrein, En de Moorse koningen hadden hulp nodig. Ze importeerden een leger van misdadigers uit Afrika, de Almoraviden. Zij kwamen tot de conclusie dat de Moorse broers decadent waren geworden, en ze namen de leiding over. Dit duurde niet lang. De Almoraviden werden op hun beurt beschuldigd van corruptie en immoraliteit, en de Almohaden, een nieuwe groep strijders gewijd aan het herstellen van de familiewaarden, kwamen aan in 1146, en waren vastbesloten om de schade te herstellen. Binnen vijftig jaar waren ze verantwoordelijk voor vrijwel alles wat nog over was van het Moorse Spanje. De geschiedenis was in beweging. Het christelijke tij vloeide en de Moren werden steeds meer geïsoleerd en verankerd. De koning van Jaen, Muhammed Ibn al-Alhamer verhuisde zijn hofhouding naar Granada en stichtte de Nasriden-de laatste grote dynastie van de Moorse tijd. Ronda vormde een aanzienlijk deel van het Nasriden koninkrijk, en haar laatste Moorse gouverneur was Hamet el Zegri.

Christenen

De christelijke herovering van Spanje was veel complexer dan vaak wordt gedacht. Het ging om eeuwen van onwaarschijnlijke allianties van gemak, met veel slagvelden. Aan het einde van de 15e eeuw verloren de Moren hun grip en het einde was in zicht. Het meest beslissende jaar was in 1485. In heel Andalusië vielen de steden voor de christenen. Zelfs Ronda was niet in staat om de aanstormende vloed te stoppen. De christenen maakten veel gebruik van nieuwe wapens, zoals buskruit en het kanon, en ze vielen de citadel aan. Ook hielp het niet mee dat veel van de troepen naar Málaga waren vertrokken. Een onervaren gouverneur, Abraham al Haquim, kreeg de macht in Ronda. De watervoorziening naar de stad werd afgesloten, zodat alleen water uit een oude watermijn (Casa del Rey Moro) gehaald kon worden. Zelfs dat ging verloren toen ondanks felle weerstand van de Moorse verdedigers, de mijn werd ingenomen. Hamet el Zegri probeerde terug te keren na de slag, maar het was te laat. Na een week capituleerde Abraham al Haquim en de stad. El Zegri vond Haquim en de bevolking van Ronda verraders, maar het was een machteloze woede. Ronda was voorgoed verdwenen. El Zegri stierf in de slag bij Málaga een paar jaar later. In Ronda kon men vanaf toen bloedige represailles verwachten, maar in plaats daarvan bood koning Ferdinand de Arabieren aan om te blijven leven als ze de stad onmiddelijk verlieten. De huizen en het onroerend goed in Ronda werden verdeeld over de christenen. Ronda ontwikkelde zich in drie verschillende delen. De oorspronkelijke burcht werd bekend als La Ciudad - de stad. Ten westen hiervan vond aanzienlijke uitbreiding en ontwikkeling plaats van het gebied met de naam El Mercadillo - de straatmarkt. Dit gebied was en is gekoppeld aan de oorspronkelijke stad door een aantal bruggen over het beroemde ravijn dat de huidige stad in twee verdeelt. Het is het 'moderne' gebied, met de stierenarena als voornaamste winkelgebied. Ten slotte werd een kleine markt ontwikkeld om het oosten van de oude middeleeuwse poorten van La Ciudad. Het kreeg de naam Barrio de San Francisco. In 1570 werden de weinig overgebleven Moren uitgezet na een opstand. Een aardbeving in 1580 heeft veel gebouwen in Ronda verwoest, waaronder de grote kerk, die slechts gedeeltelijk is herbouwd. Dit verlies was blijvend en veranderde het fysieke aspect van de stad.

19e en 20e eeuw

Ronda maakte een andere belangrijke vormgeving mee tijdens de napoleontische oorlog, dit maal dus een vernietiging door de mens zelf. Op 10 februari 1810 liet Joseph Bonaparte zichzelf tot Koning van Spanje verklaren door Napoleon. Toen ze twee jaar later wegging bliezen ze het kasteel en andere verdedigingswerken op. Opzettelijke vernieling van de infrastructuur vond opnieuw plaats in de Burgeroorlog (1936-1939). Het doel waren meestal de kerken. Ronda's sympathieën waren fel republikein, en met de katholieke kerk als bondgenoten van Franco's gebellen, kwamen gewelddadige uitbarstingen vaak voor. Malaga en Ronda raakten steeds meer geïsoleerd. Ronda viel voor de nationalistische troepen van generaal Varela op 16 september 1936. Prominente republikeinen die niet gevlucht waren naar Málaga werden het slachtoffer van brute represailles. Er vonden openbare executies plaats. Sommigen die ontsnapten vormden guerilla troepen en leefden als bandieten in de bergen de jaren erna. Vanaf de jaren 1960 begon Ronda toeristen te trekken. Vooral door de associatie met Pedro Romero en de oorsprong van het stierenvechten werd het snel een van de meest populaire niet-kustplaatsen in Spanje.