You are here

Geschiedenis Nerja

Nerja stamt uit de prehistorie, ongeveer 30.000 jaar geleden. Dit is bekend omdat er spullen zijn gevonden uit de Oude Steentijd in de grotten van Nerja. Ook de Romeinen maken deel uit van de geschiedenis van Nerja.

Romeinse tijd

In Nerja zijn een aantal Romeinse overblijfselen ontdekt, zoals de overblijfselen van een oude Romeinse weg. Die weg sloot aan met de provincies Jaen en Almeria en liep langs de kustlijn van Nerja tot Malaga. Er zijn twee weggedeelten nog steeds intact, net als resten van de Romeinse brug in de buurt van een oude suikerfabriek, dat een paar honderd meter van de woonwijk El Capistrano ligt. De Romeinen noemden de stad Detunda. Archeologen hebben ook oude Romeinse munten en aardewerk ontdekt, en zelfs een begraafplaats. Na de Romeinen kwamen de Moren.

De Moorse periode

De Moren gaven de stad een nieuwe naam, namelijk Narixa, ook bekend als naricha of Narija, wat 'overvloedige lente' betekent. De naam Nerja vloeit voort uit deze oude Moorse namen. De locatie van de oude stad toen was anders dan de locatie van de huidige stad. Resten van een nederzetting en een Moors fort zijn gevonden op de Frigiliana weg, wat suggereert dat Narixa meer landinwaarts lag.

Gouden jaren

Nerja had zijn "gouden jaren" in de 10e eeuw toen de landbouwproducten en zijde uit Nerja grote sommen geld opleverden op de markten van Damascus en in de hele islamitische wereld. Toen het Katholieke koningspaar de macht overnamen in Nerja in 1487, boden de Moren geen verzet, dus de stad werd al snel katholiek. Echter, in 1658, kregen de Moren er wel genoeg van en kwamen in opstand, waarna de Moren werden verdreven in 1609. In 1509 deed het 'kasteel op de rots' (nu bekend als Balcon de Europa) zijn intrede, en er volgde een ander kasteel op Torrecilla Beach. Ze waren niet alleen een woonruimte, zij beschermden ook en hadden uitkijktorens. De geschiedenis van Nerja groeide vanaf toen naar de 19e eeuw. Vervolgens kwamen er nieuwe gebouwen en handel in nieuwe gewassen zoals suikerriet. De zaken stonden er goed voor, tot de invasie van Napoleon hier een eind aan maakte.