You are here

Geschiedenis Malaga

De eerste nederzettingen

De strategische ligging aan de Middellandse Zee heeft altijd Malaga een aantrekkelijk gemaakt voor buitenlandse invasies. De eerste nederzetting in Malaga werd gemaakt door de Feniciërs, die de stad gesticht hebben, meer het 3000 jaar geleden. De stad, toen Malaka genoemd, werd gebruikt als een commercieel centrum, en benut vanwege zijn rijkdom in de metalen zoals zilver en koper. 
De Fenicische periode duurde tot ongeveer 550 v. Chr waar Malaga werd veroverd door de Carthagers, die de controle hadden over alle handel in het gebied. De Carthaagse dominanten eindigde in 218 v. Chr toen de Romeinen Malaga en andere delen van Spanje binnenkwamen.

De Romeinse tijd

Met de Romeinse overwinning maakte Malaga deel uit van Hispania Ulterior (later Spanje) van het Romeinse Rijk. Dit was het begin van een import periode in de geschiedenis van Malaga. De Romeinen maakten een economisch en cultureel centrum van Malaga en belangrijke bouwwerken zoals de haven van Malaga en het Romeinse theater werden gebouwd. 
Onder Keizer Tito Malaga werd Malaga ook wel een een verbonden stad van Rome genoemd, waardoor het belang van de stad in het Romeinse Rijk toenam.
In het begin van de 4e eeuw, honderd jaar nadat de Romeinen waren gekomen, verscheen Malaga als een van de regio's in Spanje die het beste waren aangepast aan de Romeinse manier van leven en was een van de weinige regio's waar het christendom sterk was toegenomen bij de bevolking. 
Toen het Romeinse Rijk begon te vallen in het begin van de 5e eeuw voor de kust van Andalusië werd Malaga regelmatig aangevallen door kleine stammen Visigoten. De Visigoten veroverden uiteindelijk de hele stad van Malaga in 623, waarna de laatste Romeinen troepen de stad verlieten.

Moorse Epoch

De Visigoten domeerden in Malaga, dat duurde tot 711, toen de Moren het Iberische schiereiland binnenvielen uit het Zuiden. De eerste 30 jaar na de invasie van de Moren, waren ze gefocussed op het verdedigen en uitbreiden van hun grondgebied. In 743, onder leiding van Abd Al Ariz begonnen de moren de stad uit te breiden. Dit was een periode met belangrijke constructies, zoals de stadsmuur en de 5 grote poorten hierdoor ervaarde de stad een toename van de culturele en commerciële activiteiten. 
In de 11e eeuw begon de rivaliteit tussen de verschillende adellijke families in Moors Andalusië. Malaga was in deze periode geregeerd door de koninkrijken Taifas en pas in 1143 nam Ibn Hud nam de macht over Malaga en kreeg sovereiniteit. 
Na de dood van Ibn Hud viel Malaga onder het Koninkrijk van Granada, op het moment geregeerd door Muhamad I. 

Malaga bleef onder de verschillende Moorse kaliefen in Granada, die verantwoordelijk waren voor de bouw van de twee belangrijkste monumenten in Malaga, het fort Alcazaba, die was begonnen in de 11e eeuw en de kastelen / burcht Gibralfaro, die niet werd afgemaakt tot aan het begin van de 15e eeuw.

De Christelijke periode

In de 14e eeuw  waren de eerste pogingen van de christenen om de Moorse soevereiniteit te verslaan. Pas 100 jaar later, in augustus 1487, versloegen de christenen daadwerkelijk de Moren in Malaga, met behulp van kleine christelijke clans in de stad. Malaga veranderde dus van een stad met een moslim uiterlijk naar een christelijke stad. Veel van de moslim gezinnen die deelnamen aan de verdediging van de stad werden gedood of als slaven verkocht. De vernietiging van de Moorse monumenten en de bouw van kerken en andere christelijke gebouwen maakte deel uit van de veranderingen naar de christelijke stad. Maar niet alle Moorse bouwwerken werden verwoest. Een voorbeeld is de Alcazaba en Gibralfaro, die de christenen gebruikten, net zoals de Moren, om de stad te verdedigen tegen buitenlandse aanvallen. In 1528 begon Diego de Vergara met de bouw van de kathedraal van Malaga, die door zijn zoon werd afgemaakt in 1598. 
De 17de-18de eeuw waren slechte jaren voor de stad. Hoewel de bevolking sterk groeide, werd de stad getroffen door verschillende epidemieën, aardbevingen en overstromingen, waarin verschillende constructies, zoals de uitbreiding van de haven geruïneerd werden. 
In de 19e eeuw groeide de stad sneller en de stadsmuren die gebouwd waren door de Moren werden afgebroken om plaats te maken voor de uitbreiding van de stad. Ook Napoleon maakte zijn entree in de stad, maar de Franse overheersing duurde slechts twee jaar, van 1810 tot 1812. In deze eeuw begon Malaga ook een populaire bestemming te worden voor rijke mensen om hun vrije tijd besteden, wat het begin was voor Malaga als toeristisch gebied. Belangrijke gebouwen zoals het theater Cervantes (1866), de Calle Larios Marqus de y la Alameda (1891) stammen ook uit deze periode. De eeuw sloot af met een economische crisis en nieuwe plagen.

20e eeuw en vandaag

In het begin van de 20e eeuw was er in heel Spanje, maar voornamelijk in Malaga, nog steeds een economische crisis. De bevolking in malaga in de agrarische sector ondervond gevolgen van de verschillende natuurrampen. Deze periode werd ook gedomineerd door de politieke instabiliteit in het hele land, die werd bekroond met de Spaanse burgeroorlog 1936 tot 1939. Na de burgeroorlog, tijdens de dictatuur van generaal Franco, herstelde de economie van Malaga langzaam. 
Vanaf de jaren 60 ontstond er een toeristische hoogconjuctuur, waarna de economie van Malaga volledig herstelde. Er werden vele hotels en toeristische resorts in Malaga gebouwd, waar nog jaarlijks vele bezoekers op af komen.  
Afgezien van de toeristische sector is Malaga ook een kosmopolitische stad met de op een na grootste haven van Spanje en de derde grootste internationale luchthaven. Het is ook bekend als de zakelijk en cultureel centrum voor het zuidelijk deel van Spanje.