Geschiedenis van Córdoba
De Tartessos waren de eerste bewoners rondom Córdoba. Dit volk woonde op deze plek vanwege de omliggende mijnen met koper en zilver. Na verloop van tijd ging dit volk het land bebouwen, iets wat later de basis vormde voor de economie. De naam begon als 'Karduba' bij de opkomst van de Carthagen. Deze naam ontstond uit Kart-Juba, wat Stad van Juba betekent. De stad werd vernoemd naar een Spaanse generaal, die omkwam in de omgeving van de stad (rond 250 v.Chr.).
De Romeinse Tijd
In 206v.Chr. veroverden de Romeinen Karduba. Deze gaven de naam Corduba aan de stad. Julius Caesar gebruikte in 49 v.Chr. Corduba als regeringscentrum, voor Hispania Ulterior, het toenmalige rijk. Er ontstond een strijd tussen Caesar en Pompeius (Romeinse aristocraat), waarna de provincies werden gereorganiseerd. Zo ontstond ook de provincie Hispania Baetica met Corduba als hoofdstad. Het huidige Andalusië was destijds een deel van Hispania Baetica. In de jaren erna kreeg de stad een koninklijk paleis, circus, drie aquaducten, een amfitheater en een groot theater. Rond 300 jaar na Chr. had Corduba dan ook meer belangrijke gebouwen dan Rome. Vanaf de 3e eeuw kreeg Corduba te maken met het Christendom. De stad kreeg een eigen bisschop, welke de rechterhand werd van Keizer Constantijn de Grote. Doordat de stad Christelijke aanwezigheid had, kwamen ze ook in opkomst tegen de Visigoten in de eeuwen die volgden.
Romeins Theater
(klik op de foto om te vergroten)
De Byzantijnse en Visigotische Tijd
Na de val van het West-Romeinse Rijk, in het jaar 411, bezetten de Vandalen Corduba. Zij waren ook degenen die de naam aan het huidige Andalusië gaven, namelijk 'Vandalucia'. Corduba was een onafhankelijke stad, maar de Romeinen hielden toch enige macht. In 550 werd de stad veroverd door de Byzantijnse Justinianus I, en 22 jaar later door de Visigotische koning Leovigild. Deze koning voelde zich zo machtig, dat hij munten liet maken met zijn naam er op. In deze eeuw werden ook vele Visigotische monumenten gebouwd, zoals de kerk van de Drie Heiligen en de basiliek van San Vicente Mártir, en de Byzantijnse Santa Clara kerk. De Katholieke bevolking had moeite met het accepteren van de koning, omdat deze niet Katholiek was. Er was veel opstand. De stad verloor door deze onrust een deel van de macht, en daardoor werd het oude Hispalis (tegenwoordig Sevilla) belangrijker.
Moorse Tijd
Katholieke Tijd
De katholieke koning Ferdinand III veroverde Córdoba tijdens de Reconquista, op 29 juni 1236. Alle moren werden die dag Córdoba uit gezet. Vele van de Romeinse gebouwen werden verdeeld onder de adel. In de tijd dat Koning Ferdinand III regeerde, werden er 14 nieuwe kerken gebouwd. Uiteindelijk, in 1241, kreeg elke wijk in Córdoba (14) zijn eigen kerk. Later werden nog meer christelijke bouwwerken neergezet, tijdens het bewind van koning Alfons XI. Één daarvan, het 'Alcázar de los Reyes Cristianos' werd later veranderd in een koninklijk paleis. Córdoba werd ook gebruikt als katholieke uitvalsbasis voor de verovering van Granada.
16e t/m 21e eeuw
De bouw van de Kathedraal van Córdoba begon in 1523. Later werden de Arco del Triunfo en de Puerta del Puente in 1571 gebouwd. In die periode was Córdoba een machtige stad. In de 18e eeuw kwam daar een einde aan, met als oorzaak verschillende epidemieën, slechte stadsbestuurders en droogte. Ook het aantal inwoners van de stad nam sterk af, en deze begon pas twee eeuwen later weer te stijgen. Het duurde nog een stuk langer tot de economie weer bijtrok, na de val van dictatuur Franco in 1970.
Córdoba is tegenwoordig een belangrijke culturele stad in Spanje, en een die goed bewaard is gebleven. Het hele centrum van de stad (historische centrum) is ook werelderfgoed.
