Geschiedenis

De stad werd oorspronkelijk opgericht als Gadir (Fenicisch voor 'ommuurde stad') door de Feniciërs, die er gebruik van maakten bij hun handel met Tartessos. Tartessos is een stadstaat waarvan door archeologen wordt gezegd dat deze ergens in de buurt van de monding van de Guadalquivier rivier lag, ongeveer dertig kilometer ten noordwesten van Cadiz. Maar of dit de exacte locatie was blijft de vraag.
Cadiz is de oudste stad in West-Europa. De stad is opgericht in 1104 vChr, hoewel er geen archeologische lagen op die plek zijn ontdekt eerder dan de 9e eeuw. Dit verschil ligt waarshcijnlijk aan het feit dat Gadir destijds selchts een kleine seizoensgebonden handelspost was.

Grieken

Later kenden de Grieken de stad als Gadira of Gadeira. Volgens de Griekse legende werd Gadir gesticht door hercules na het uitvoeren van zijn legendarische tiende arbeid, het doden van Geryon, een monsterlijke krijger-titan met drie koppen en drie torso's. In het begin van de derde eeuw werd een tumulur (grote heuvel) in de buurt van Cádiz in verband gebracht met de laatste rustplaats van de Geryon.
Een van de opvallende kenmerken van de stad tijdens de oudheid was de tempel gewijd aan de Fenisische god Melqart. Melqart werd geassocieerd met Hercules door de Grieken. Volgens Apollonius van Tyana stond de tempel nog in de eerste eeuw na Chr. Sommige historici zijn van mening dat de kolommen van deze tempel de oorsprong van de mythe van de zuilen Hercules waren.

Romeinen

Rond 500 vChr, viel de stad onder de heerschappij van Carthago. Cadiz werd een uitvalsbasis voor Hannibal's verovering van het zuiden van Iberia. Echter, in 206 vChr, viel de stad voor de Romeinse troepen onder Scipio Africanus. De mensen van Cadiz verwerlkomden de overwinnaars. Onder de Romeinen werd de naam van de stad gewijzigd naar Gades, het bloeide als een Romeinse marinebasis. Tegen de tijd van Gaius Julius Caesar Augustus, was Cadiz de thuishaven van meer dan vijfhonderd equites (leden van een van de twee hogere sociale klassen). Het was de belangrijkste stad van een Romeinse kolonie, Julia Augusta Urbs Gaditana. Echter, met het verval van het Romeinse Rijk, begon het commercieel belang van Gades te vervagen.

Visigoten

De omverwerping van de Romeinse macht door de Visigoten in 410 zag de vernietiging van de oorspronkelijke stad, waarvan nog enkele resten vandaag de dag over zijn. De stad werd later heroverd door Justinianus in 550 als een deel van de Byzantijnse provincie Spania. Dit bleef het geval tot de herovering van Leovigild in 572, en maakte weer deel uit van het Visigotische Koninkrijk.

Moren

Onder Moorse overheersing tussen de 711 en 1262, heette de stad kadi (Arabisch قادس), waaruit de moderne Spaanse naam, Cádiz, werd afgeleid. De Moren werden uiteindelijk verdrongen door Alfons X van Castilië in 1262.

Ontdekkingsreizen

Tijdens het tijdperk van de ontdekkingsreizen, beleefde de stad een renaissance. Christoffel Columbus zeilde uit Cádiz op zijn tweede en vierde reizen, (zie de reizen van Columbus) en de stad werd later de thuishaven van de Spaanse Zilvervloot. Bijgevolg werd de stad een belangrijk doelwit van Spanje's vijanden. De zestiende eeuw zag ook een reeks mislukte overvallen door Barbarijse zeerovers. Het grootste deel van de oude stad werd verwoest bij de brand van 1569. In april 1587 bezette een inval door de Engelsman Sir Francis Drake de haven voor drie dagen, door het vastleggen van zes schepen en het vernietigen van 31 anderen, evenals een grote hoeveelheid winkels. De aanval vertraagde het zeilen van de Spaanse Armada met een jaar.

Engelsen

De stad onderging een andere inval in 1596 door de graaf van Essex en Lord Charles Howard, die ontsloegen een deel van de stad, maar waren niet in staat om de stad en de haven te houden. Nog een mislukte overval door Engelsen werd gelanceerd door de hertog van Buckingham in 1625 tegen de stad, onder leiding van Sir Edward Cecil. In de Spaans-Engelse Oorlog blokkeerde admiraal Robert Blake Cádiz van 1655 tot 1657. In de Slag bij Cádiz (1702), vielen de Engelsen opnieuw aan onder Sir George Rooke en James, hertog van Ormonde, maar ze werden teruggedreven na een dure strijd.

Cadiz weerstand Engelsen 1625

Handel

In de achttiende eeuw dwongen de zandbanken van de rivier Guadalquivier de Spaanse regering om de hanadel met Spaans Amerika uit Sevilla naar Cádiz te verplaatsen, vanwege een betere toegang tot de Atlantische Oceaan. Gedurende deze tijd beleefde de stad een gouden tijdperk waarin driekwart van alle Spaanse handel met het Amerikaanse continent plaatsvond. Het werd een van de grootste en meest kosmopolitische steden van Spanje. Veel van de historische gebouwen in de Oude Stad dateren uit dit tijdperk.
Tegen het einde van de 183 eeuw eeuw leed de stad weer onder een serie nieuwe aanslagen. De Britse blokkade en belegering van Cádiz tussen februari 1797 en april 1798 werd een kostbare mislukking. Nelson, die terug kwam van zijn nederlaag in Santa Cruz, bombardeerde de stad in 1900. Tijdens de verovering van Europa door Napoleon, was Cádiz een van de weinig steden in Spanje dat in staat was om de Franse invasie te weerstaan.
Het succes van de Ierse koopmannen in laat-achttiende-eeuwse Cadiz was voornamelijk te danken aan hun inzet in de koloniale handel. Klein in aantal vergeleken met andere allochtone groepen, speelden ze een onevenredig prominente rol in het maatschappelijke en kerkelijke leven, en als beschermers van de kunsten in hun geadopteerde stad. Hun succesverhalen in Cádiz staan in schril contrast met het gebrek aan kansen voor hen in Ierland. Toch hadden ze wel degelijk krachtige mercantiele en dynastieke banden met hun thuisland.

Cadiz Kaart 1880

Cádiz was ook de zetel van de liberale Cortes (het parlement) die vochten tegen Jozef Bonaparte (die regeerde als Joseph I) in de Napoleontische Oorlog; in Cádiz werd de liberale Spaanse grondwet van 1812 uitgeroepen. De burgers kwamen in opstand in 1820 om een vernieuwing van deze grondwet veilig te stellen; de revolutie verspreidde over Spanje, wat leidde tot de gevangenneming van koning Ferdinand VII in de stad Cadiz. Franse troepen beveiligdden de vrijlating van Ferdinand in de Slag bij Trocadero (1823) en onderdrukten liberalisme. In 1868 werd Cádiz opnieuw de plek van een revolutie, wat resulteert in het uiteindelijke aftreden en de verbanning van koningin Isabella II. Cádiz besloot om de monarchie te herstellen onder koning Amadeo I. In de afgelopen jaren heeft de stad veel reconstructie ondergaan. Veel monumenten, kathedralen en monumenten zijn schoongemaakt en gerestaureerd, waardoor de grote charme van deze eeuwenoude stad behouden bleef.